Skip to content


Stoofpot van dubbeldoel runderen met Mechels donkerrood bier, zilveruitjes, champignons en lardo di Colonnata

Dit recept is afkomstig van de website Streekproducten.   Ik neem het hier op omdat het 1) lekker is; 2) een fantastisch stuk vlees in de kijker zet, dat niet moet onder doen voor Chianina Classica; 3) omdat ze er Lardo di Colonnata bijgeven.

Ons stoofvlees van dubbeldoel runderen snijden we in grote dobbelstenen en bakken deze kort maar hevig aan in ganzenvet tot ze bruin en dichtgeschroeid zijn. Het vlees doen we reeds in een ketel.

In dezelfde pan laten we terug wat ganzenvet smelten en we laten er grof gehakte ui in kleuren, we bestrooien met wat bruine suiker. Als de suiker karamel begint te vormen dan blussen we met wat lichte dragonazijn en de Gouden Carolus. Dit mengsel gieten we samen met wat bruine fond over het vlees en we brengen dit alles aan de kook. Als we het geheel goed afgeschuimd hebben voegen we nog enkele laurierblaadjes, tijm en een met kruidnagel geprikte ui toe.Dit alles laten we op een zacht vuurtje.

Ondertussen bakken we onze champignons aan.

De zilveruitjes kuisen, blancheren en even aanbakken.

Als het vlees nog een 15-tal minuten moet sudderen voegen we er onze champignons en zilveruitjes aan toe.

We kunnen dit naar believen binden en afsmaken. We leggen alles op een bord en voor het serveren strooien we er in fijne blokjes gesneden Lardo di Colonnata op.

Koe

Witblauwe dubbeldoelkoeien zijn zeldzame koeien waarvan het ras met uitsterven is bedreigd. In de 18de en 19de eeuw werden ze zowel gebruikt voor werk op het land als voor de melk- en vleesproductie. Het ras werd van oudsher gehouden in de provincies Brabant, Henegouwen en Namen. Ze werden er vooral gekweekt op de betere gronden waar voldoende voer aanwezig was zoals voederbieten, bietenbladeren, hooi en granen. Rond 1900 werd het ras opgesplitst naar dikbilkoeien en dubbeldoelkoeien. De meeste landbouwers schakelden over op de commercieel interessantere kweek van dikbilkoeien terwijl voor de melkproductie werd gekozen voor het Holsteinras. Daardoor verminderde de belangstelling voor de dubbeldoelkoeien. Nu is het voortbestaan van het ras in gevaar. Dubbeldoelkoeien zijn nog uitsluitend te vinden in het Pajottenland en het Hageland, terwijl er ook nog een kleine populatie is in het noorden van Frankrijk. In het Hageland, op de gemengde boerderij ‘In de Zon in Vissenaken, hoeden Dirk en An Rummens-Vandepoel 120 van deze zeldzame runderen. Ze grazen in de Velpevallei en worden gekweekt voor hun vlees en melk. De dieren worden gevoed met maïs, bierdraf van de brouwerij van Hoegaarden, perspulp van de Tiense suikerraffinaderij, voordroog gras en een kleine hoeveelheid krachtvoer van Europese grondstoffen. ’s Zomers grazen de dieren van het weidegras. Een belangrijk verschil met het witblauwe vleesras is dat deze koeien nog normaal kunnen kalven en slechts uitzonderlijk een keizersnede nodig is. De dieren groeien traag, daardoor nemen ze langer smaakstoffen op. Terwijl dikbilkoeien al vanaf 19 maanden worden geslacht, gebeurd de slacht van dubbeldoelkoeien pas vanaf 3 tot 4 jaar. Daardoor heeft het vlees een donkerrode kleur en een volle smaak.

Posted in carne, Recepten, secondi.

Tagged with , .


0 Responses

Stay in touch with the conversation, subscribe to the RSS feed for comments on this post.



Some HTML is OK

or, reply to this post via trackback.